Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Op 11 september 2019 vindt om 22.50 uur een explosie met een uitslaande brand plaats in de flatwoning aan [het adres] . De voorgevel van de woning is eruit geslagen en ligt voor een deel op straat en op daar geparkeerde auto’s. De verdachte, zijn vrouw [het slachtoffer] en hun drie minderjarige kinderen [kind 1] van 9 jaar, [kind 2] van 6 jaar en [kind 3] van 2 jaar, zijn de bewoners van die woning.
In de ouderslaapkamer in de woning ligt het verbrande lichaam van [het slachtoffer] . Zij is 31 weken zwanger van een gezonde, levensvatbare baby. [het slachtoffer] en de foetus zijn dood. Uit onderzoek is gebleken dat [het slachtoffer] is overleden door geweld dat op haar hals is uitgeoefend (verwurging). Stomp botsend geweld op haar hoofd kan hebben geleid tot bewustzijnsstoornissen en aldus hebben bijgedragen aan haar overlijden, dan wel het overlijden is een gevolg van een combinatie van beide. De foetus is overleden als gevolg van het overlijden van [het slachtoffer] . [het slachtoffer] was al overleden voor de brand.
De verdachte brengt tussen 8.26 uur en 8.45 uur de oudste kinderen naar school en [kind 3] naar het kinderdagverblijf. Hij maakt daarbij gebruik van de Nissan. Deze Nissan staat, met uitzondering van het tijdsbestek tussen 11.47 uur en 11.58 uur, als verdachte [kind 3] van het kinderdagverblijf haalt, de hele ochtend en een deel van de middag (tot 14.39 uur) geparkeerd op [het adres] . De telefoons van de verdachte stralen een mast aan in de buurt van de woning. De verdachte heeft zelf verklaard dat hij de hele ochtend thuis is geweest. [het slachtoffer] begint om 8.45 uur met haar werk (stage) bij tandartspraktijk [naam 1] . Om 12.30 uur verlaat zij de praktijk, in afwijking van andere dagen zonder gedag te zeggen. De verdachte heeft [het slachtoffer] tussen 8.00 uur en 12.37 uur herhaaldelijk geprobeerd te bellen. Alleen rond 8 uur en om 12.37 uur vinden gesprekken plaats die zo’n 7 minuten duren. De telefoonnummers die aan [het slachtoffer] worden toegeschreven, stralen in de tijd dat zij bij de tandartspraktijk is, zendmasten aan in de buurt van die praktijk. Vanaf 12.44 uur en verder de hele middag stralen haar telefoonnummers een zendmast nabij de woning aan. [het slachtoffer] heeft om 14.00 uur een afspraak bij een andere tandartspraktijk, waar zij zonder af te zeggen niet verschijnt.
De Mazda van de verdachte is onderzocht. Nog voordat de portieren werden geopend was een benzinelucht te ruiken. Op alle zitvlakken en vloeren is een indicatie verkregen voor de aanwezigheid van vluchtige stoffen afkomstig van een ontbrandbare vloeistof. De hoogste concentratie werd gemeten op de vloer rechts achterin de auto. In de mat rechts achterin de auto zijn vluchtige stoffen aangetoond die afkomstig zijn van motorbenzine. Ook de onder het lichaam van [het slachtoffer] aangetroffen kleding bevatte vluchtige stoffen afkomstig van motorbenzine. Uit vergelijkend onderzoek tussen de monsters van de kleding en die van de mat blijkt dat de resultaten van dat onderzoek veel waarschijnlijker zijn wanneer de hypothese “de motorbenzine in de mat en de motorbenzine in de kleding hebben een gezamenlijke herkomst” waar is, dan wanneer de hypothese dat zij een verschillende herkomst hebben, waar is.
De verdediging heeft aangevoerd dat [het slachtoffer] zelfmoord met brandstichting heeft gepleegd. De verdediging heeft – kennelijk ter onderbouwing van dit standpunt – onder verwijzing naar een tweetal bij pleidooi overgelegde stukken betoogd dat [het slachtoffer] met psychische problemen kampte. De verdachte moet van beide feiten worden vrijgesproken bij gebreke van direct bewijs voor zijn betrokkenheid, aldus de verdediging.
Toen [het slachtoffer] (rechtbank: dat is [het slachtoffer] ) [naam 2] haar hoofddoek niet meer droeg heeft [de verdachte] u niet gebeld. Toen ze een neus job liet doen heeft [de verdachte] u niet gebeld. Toen ze ging kickboxen heeft [de verdachte] u niet gebeld. Toen ze ging zwemmen heeft [de verdachte] u niet gebeld. Waarschijnlijk is het mes zo diep gegaan dat het zijn bot heeft geraakt.” De laatste uitdrukking betekent volgens de tolk dat het voor hem onverdraagbaar was geworden, dat zijn geduld was opgeraakt, dat hij het niet meer aankon. Eveneens betekenisvol acht de rechtbank de tekst die is aangetroffen op een handgeschreven briefje in de cel van de verdachte waarvan een gedeelte (vertaald) als volgt luidt: “
Oh God, ik had toch een rein hart, maar zij kwelde mij altijd (voortdurend) en zij maakte mijn leven en dat van mijn kinderen een hel”.
De flat van de verdachte bevond zich op de tweede verdieping van een flatgebouw met zes woonlagen. Door de explosie is de hele voorgevel uit de woning geslagen en door de explosie en de brand is schade ontstaan aan de woning zelf, aan de woningen daarboven, aan de galerij en aan de verdiepingsvloer, die gestut moest worden om een veilige situatie te bewerkstelligen. Ook is schade ontstaan aan auto’s die op de parkeerplaats stonden door vallend puin. De brand en de explosie vonden plaats op een tijdstip waarop veel van de omwonende flatbewoners lagen te slapen. De explosie en de brand gebeurden rond 11 uur in de avond, toen veel omwonenden thuis waren en lagen te slapen. Een aantal van hen moest worden geëvacueerd. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat sprake was van gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor de in de omliggende woningen aanwezige personen.
De rechtbank stelt voorop dat de beantwoording van de vraag of een causaal verband bestaat tussen het door de verdachte gepleegde geweld op de moeder van het ongeboren kind en het overlijden van het ongeboren kind moet geschieden aan de hand van de maatstaf of dit gevolg redelijkerwijs als gevolg van de gedragingen aan de verdachte kan worden toegerekend.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
(€ 10.000,-) die hij als gevolg van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De gestelde materiële schade bestaat uit
Voldoende is dat een rechtstreeks verband bestaat tussen het gevaarzettend handelen enerzijds en het geestelijk letsel dat een derde door de confrontatie met de gevolgen van dit handelen oploopt anderzijds. Deze confrontatie kan ook plaatsvinden (kort) nadat de gebeurtenis die tot de dood of verwonding van een ander heeft geleid, heeft plaatsgevonden”, aldus de Hoge Raad.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
TWINTIG (20) JAREN.
€ 12.076,87, bestaande uit € 10.076,87 als vergoeding voor de materiële en € 2.000 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde partij 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 20.000als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 20.000als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 20.000als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde partij 6]geleden schade tot een bedrag van
€ 3.723,66als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 6] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde partij 7]geleden schade tot een bedrag van
€ 241,14als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 7] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.