Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde1],
[gedaagde2],
[gedaagde3],
[gedaagde4],
[gedaagde5],
[gedaagde6],
1.De procedure
- de brief van de zijde van [gedaagde1] c.s. van 30 november 2020, waarbij de producties 4 tot en met 18 in het geding zijn gebracht,
- de e-mail van de zijde van [gedaagde1] c.s. van 7 december 2020, met (wederom) de producties 4 tot en met 7,
- de mondelinge behandeling op 8 december 2020,
- de pleitnotities van De Klamperhoek,
- de notities mondelinge behandeling van [gedaagde1] c.s.
2.De feiten
(rb voor [gedaagde1]:)7
(rb voor [gedaagde2], [gedaagde3], [gedaagde5] en [gedaagde6]:)14 dagen na heden over te maken op rekeningnummer (..)
(rb voor [gedaagde1], [gedaagde2], [gedaagde3]:)7
(rb voor [gedaagde5] en [gedaagde6]:)14 dagen uit maak ik (..) namens cliënte aanspraak op wettelijke rente en zeg ik u reeds nu aan dat cliënte de verschuldigde boete via een gerechtelijke procedure zal incasseren. (..)”
(rb: in dit geval)4 februari 2020 met betrekking tot het appartementsrecht tot stand heeft gebracht (..). De feitelijke levering – door uw cliënte – van het appartement heeft plaatsgevonden op
(rb: in dit geval)3 februari 2020.
3.Het geschil
4.De beoordeling
bevoegdheid
569,00(1/6e x 2 punten × tarief € 1.707,00)
569,00(1/6e x 2 punten × tarief € 1.707,00)
1.138,00(2/6e x 2 punten × tarief € 1.707,00)
1.138,00(2/6e x 2 punten × tarief € 1.707,00)