ECLI:NL:RBNHO:2020:6993
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing inkomen uit sparen en beleggen geen individuele buitensporige last
Eiseres maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017, specifiek tegen de forfaitaire heffing over het inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Zij stelde dat de heffing onredelijk, disproportioneel en onrechtvaardig is omdat de wet uitgaat van onrealistische rendementen en zij feitelijk belasting betaalt over een negatief rendement, mede door waardedaling van haar tweede woning.
De rechtbank overwoog dat de belastingwet strikt moet worden toegepast, maar in uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken indien sprake is van een individuele en buitensporige last. Hierbij moet de financiële situatie in zijn geheel worden bezien. Uit de feiten bleek dat eiseres een inkomen uit werk en woning had van € 15.554 en een aanzienlijk vermogen van € 210.430 op bankrekeningen. De rechtbank vond dat de heffing niet van zodanige omvang was dat deze als buitensporig kon worden aangemerkt.
Verder oordeelde de rechtbank dat het ontbreken van een rekentool voor papieren aangifte niet onrechtmatig is, omdat belastingplichtigen nog steeds kunnen kiezen voor digitale aangifte met rekenhulp. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017 wordt bevestigd.