ECLI:NL:RBNHO:2020:6990
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderopvangtoeslag wegens ontbreken inkomen uit werk en woning
Eiser heeft kinderopvangtoeslag aangevraagd voor het jaar 2017, maar de Belastingdienst heeft het recht op toeslag vastgesteld op nul vanwege het ontbreken van inkomen uit werk en woning. Eiser voerde aan dat hij een onderneming exploiteert en dat zowel hij als zijn toeslagpartner arbeid verrichten, wat volgens hem recht geeft op toeslag.
De rechtbank oordeelt dat het exploiteren van een vermogensbestanddeel geen inkomen uit werk en woning oplevert in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001. De inspecteur heeft de aangifte van eiser gevolgd en vastgesteld dat er geen winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden is. De rechtbank kan niet zelfstandig beoordelen of eiser tegenwoordige arbeid verrichtte waaruit inkomen uit werk en woning voortvloeit.
Ook de toeslagpartner heeft geen recht op toeslag omdat niet is komen vast te staan dat er sprake is van een onderneming in de zin van de Wet IB 2001. De rechtbank weegt het belang van eiser tegen het proceseconomische belang van voortgang en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen inkomen uit werk en woning heeft en daardoor geen recht op kinderopvangtoeslag.