Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde] ,
ARTHUR JOHANNES JACOBUS SWEENS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [naam 1]
1.De procedure
- de dagvaarding van 31 oktober 2019 met producties 1 tot en met 5;
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van [gedaagde] ;
- het tegen de Curator verleende verstek;
- het tussenvonnis van 5 februari 2020;
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 6 tot en met 15.
2.De feiten
Spoedopdracht lening tbv [naam 1]” (hierna: lening 2).
3.De vordering en het verweer
in conventie
4.De beoordeling
[naam 1] c.s.”, dus zowel [naam 1] als [gedaagde] , gehouden zijn tot terugbetaling van lening 2 (vordering onder II.). Nu [gedaagde] daartoe niet gehouden is, is de gevorderde verklaring voor recht niet toewijsbaar. Deze wordt afgewezen. Net als de vordering onder IV. tot terugbetaling door [gedaagde] van het aan haar verstrekte bedrag van € 9.000,00.
- salaris advocaat € 2.148,00 (2 punten x tarief € 1.074,00)
- griffierecht