Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer 28 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Centraal Administratie Kantoor (CAK), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Wettelijk kader
Beoordeling rechtbank
Rechtbank Noord-Holland
Eiser kreeg van het Centraal Administratie Kantoor (CAK) een boete opgelegd van €402,24 omdat hij niet binnen drie maanden na een schriftelijke aanmaning een zorgverzekering had afgesloten. Verweerder verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond. Eiser stelde dat de boete onterecht was vanwege een onderbreking veroorzaakt door het computersysteem en verwees naar een oude wet uit 1963. Hij verzocht om een lagere premie en schadevergoeding wegens onbetaalde arbeid en uitsluiting.
De rechtbank oordeelde dat eiser op grond van de Zorgverzekeringswet verplicht was een zorgverzekering te hebben en dat het CAK terecht op basis van het Referentiebestand Verzekerden had vastgesteld dat eiser niet verzekerd was. De boete was terecht opgelegd omdat eiser niet aan de aanmaning had voldaan. Rechtvaardigingsgronden en matigingsgronden waren niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het EVRM inzake onbetaalde arbeid omdat dit niet gelijkstaat aan dwangarbeid. Er was geen sprake van een onrechtmatig besluit en eiser had geen schade onderbouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering wordt ongegrond verklaard.