ECLI:NL:RBNHO:2020:6059
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen 2013 en 2014 wegens strijd met correctiebeleid en toekenning immateriële schadevergoeding
Eiser heeft voor de jaren 2013 en 2014 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd gekregen door verweerder. Deze aanslagen betroffen correcties op de aftrek van specifieke zorgkosten. Eiser betwistte de aanslagen en stelde dat er geen nieuw feit was en dat de aanslagen in strijd waren met het correctiebeleid van de Belastingdienst.
De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslag over 2014 terecht wordt vernietigd omdat het nagevorderde bedrag onder de correctiegrens valt. Voor 2013 oordeelt de rechtbank dat de aanslag eveneens in strijd met het correctiebeleid is opgelegd, omdat de beoordeling niet op het gezamenlijke inkomen van fiscale partners mag worden gebaseerd, maar op het individuele inkomen van de belastingplichtige.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep is overschreden met ongeveer tien maanden, waardoor eiser recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 1.000. Deze vergoeding wordt verdeeld tussen verweerder en de Staat. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht.
De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de navorderingsaanslagen en de uitspraken op bezwaar, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen 2013 en 2014 worden vernietigd en eiser ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.