Partijen zijn gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen. De man verzoekt om verlaging van de kinderbijdrage vanwege een substantieel en niet voor herstel vatbaar inkomensverlies, omdat hij door ziekte en arbeidsongeschiktheid niet meer zijn oude inkomen kan verdienen. De vrouw is doorgegaan met incasso van de oorspronkelijke hogere kinderbijdrage, ondanks de lopende procedure.
De rechtbank stelt vast dat de draagkracht van de man is gedaald tot het niveau van zijn Ziektewetuitkering en dat de kinderbijdrage daarom moet worden verlaagd tot €77 per kind per maand met ingang van de datum van het verzoekschrift (15 augustus 2019). Tevens oordeelt de rechtbank dat de vrouw een terugbetalingsverplichting heeft voor het teveel geïncasseerde bedrag van circa €400 per maand over tien maanden, met een redelijke verrekening van €100 per maand gedurende twintig maanden.
De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders verzochte af. De beslissing is genomen door kinderrechter F.C. Bakker op 30 juli 2020.