De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak over het hoofdverblijf, gezag en omgangsregeling van een minderjarige, waarbij sprake was van een jarenlange strijd tussen de ouders en ouderonthechting. Een bijzondere curator werd benoemd om de belangen van het kind te behartigen en rapporteerde over de problematiek, waaronder loyaliteitsconflicten en de negatieve invloed van de moeder en haar ouders op de omgang met de vader.
Uit het rapport bleek dat de moeder en haar ouders onbewust doch doelgericht het contact tussen het kind en de vader belemmerden, mede door angsten en psychische klachten van de moeder. Het kind vertoonde matige ouderonthechting, waarbij het enerzijds bang was voor de vader maar anderzijds vertrouwen in hem had. De situatie leidde tot stress en loyaliteitsconflicten bij het kind.
De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind prevaleert en dat de schade door ouderonthechting groter is dan de mogelijke schade door wijziging van hoofdverblijf en gezag. Daarom werd het hoofdverblijf bij de vader vastgesteld, die ook het alleen gezag krijgt. Een omgangsregeling met de moeder werd vastgesteld, waarbij het kind eerst kan wennen aan de nieuwe situatie zonder omgang, gevolgd door regelmatige omgangsweekenden en vakanties. De bijzondere curator werd ontslagen en de kosten van de procedure werden ieder door eigen partij gedragen.