ECLI:NL:RBNHO:2020:4402
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel bij kwalificatie looninkomsten actrice
Eiseres, een actrice, voerde beroep aan tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2015 en 2016, waarbij een deel van haar inkomsten door de Belastingdienst als loon uit dienstbetrekking was gekwalificeerd. Zij stelde dat op grond van het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel deze inkomsten als winst uit onderneming moesten worden beschouwd.
De rechtbank overwoog dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat de Belastingdienst de aangiften over eerdere jaren geautomatiseerd heeft afgedaan zonder expliciete beoordeling of bindende toezegging. Er was geen sprake van een bewuste standpuntbepaling die vertrouwen kon wekken bij eiseres.
Ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel stelde eiseres dat in vergelijkbare gevallen looninkomsten als winst uit onderneming waren aangemerkt, waarbij zij zich beroept op de meerderheidsregel. De rechtbank volgde dit niet, omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gevallen daadwerkelijk vergelijkbaar waren en dat in de meerderheid van die gevallen een juiste wetstoepassing achterwege was gebleven.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van het gerechtshof Amsterdam waarin soortgelijke argumenten werden verworpen. Gelet op deze overwegingen werden de beroepen ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van eiseres worden ongegrond verklaard en de kwalificatie van looninkomsten blijft gehandhaafd.