Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene stelde beroep in tegen de beslissing van de officier van justitie die een proceskostenvergoeding toekende op basis van samenhangende zaken. De rechtbank oordeelt dat de officier van justitie ten onrechte deze vergoeding toekende omdat niet is voldaan aan de criteria voor samenhangende zaken, zoals inhoudelijke overeenkomsten of gelijktijdige behandeling.
De rechtbank vernietigt de beslissing en kent een proceskostenvergoeding toe van € 384,00, gebaseerd op het indienen van het beroepschrift en een wegingsfactor voor de lichte aard van de zaak. Tevens is het beroep gericht tegen de niet-tijdige betaling van de proceskostenvergoeding niet-ontvankelijk verklaard, omdat dit te vroeg is ingediend zonder eerst de officier van justitie in gebreke te stellen.
Daarnaast wordt het beroep op vergoeding van wettelijke rente afgewezen, aangezien de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) geen wettelijke rente op proceskostenvergoeding kent en de Awb-regeling daarvoor expliciet is uitgesloten. De rechtbank wijst de Staat der Nederlanden aan als de partij die de kosten moet vergoeden en bepaalt dat betaling via het CJIB zal plaatsvinden.
Uitkomst: De beslissing van de officier van justitie over de proceskostenvergoeding wordt vernietigd en een vergoeding van € 384,00 wordt toegekend; het beroep tegen niet-tijdige betaling wordt niet-ontvankelijk verklaard.