Uitspraak
kantoorhoudende te [A] .
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
€ 256,-.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Den Haag in een zaak betreffende een verkeersboete. De kantonrechter had het beroep van betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding toegekend, maar het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De gemachtigde van betrokkene stelde dat de beschikking pas op 14 oktober 2016 bekend was gemaakt, waardoor het beroep tijdig was ingediend. Het hof constateerde echter dat de kantonrechter niet op deze grond was ingegaan, wat een motiveringsgebrek opleverde. Het hof bevestigde dat de beroepstermijn op 14 november 2016 eindigde en het beroepschrift te laat was ontvangen, waardoor de niet-ontvankelijkheid terecht was.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding oordeelde het hof dat de kantonrechter ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 hanteerde en onvoldoende rekening hield met de door de gemachtigde aangevoerde gronden. Het hof vernietigde daarom dit deel van de beslissing en stelde een hogere vergoeding vast. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot betaling van in totaal € 384,- aan proceskosten.
Uitkomst: De proceskostenvergoeding van de kantonrechter wordt vernietigd en de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de inleidende beschikking bevestigd.