Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
3, 4, 6, 7, 13, 17 en 18 februari 2020, 10 maart 2020 en 17 april 2020 in de zaak tegen:
1.Tenlastelegging
- medeplegen van oplichting (feit 1);
- medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van valse en/of vervalste geschriften (feit 2);
- medeplegen van oplichting (feit 3);
- medeplegen van overtreding van artikel 2:96 van Pro de Wet op het financieel toezicht (feit 4);
- medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van valse en/of vervalste geschriften (feit 5);
- medeplegen van oplichting (feit 6);
- medeplegen van overtreding van artikel 2:96 van Pro de Wet op het financieel toezicht (feit 7);
- medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift (feit 8);
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
bewijsmiddelen in bijlagen 2 (A en B) en 3 bij dit vonnis.
“Het bedrijf zal de beschikbare middelen voor 100% voor de dochterondernemingen gebruiken en plant om die middelen voor de volgende doeleinden te gebruiken:…”. Door verdachte en zijn medeverdachten is vóór de aankoop door de beleggers echter verzwegen dat een aanzienlijk deel van hun inleg niet zou worden besteed aan de aankoop van de aandelen in IFH, maar aan de betaling van commissies van verdachte en zijn medeverdachten. Derhalve was de mededeling dat de inleg volledig of grotendeels zou worden besteed aan de aankoop van de aandelen eveneens vals en in strijd met de waarheid, hetgeen verdachte, als zakenpartner van medeverdachte Lex V., moet hebben geweten.
- Aan belegger 107 is medegedeeld dat de aandelen in TE bestaande aandelen betroffen, hetgeen niet in strijd met de waarheid is. Aan belegger 107 is daarbij echter – ten onrechte – óók voorgespiegeld dat zijn inleg ten bate zou komen van TE, doordat de bestaande aandeelhouder, van wie de aandelen werden aangekocht, deze inleg als investering c.q. lening zou verstrekken aan TE, om daarmee de flinke groei van de onderneming te kunnen bekostigen. Dit is vals en in strijd met de waarheid. Verdachte en zijn medeverdachte Lex V. hebben tegenover belegger 107 verzwegen dat een groot deel van zijn inleg niet ten bate zou kunnen komen van TE, nu dit werd besteed aan de betaling van commissies die mede, en in aanzienlijke mate, aan henzelf ten goede zouden komen. Reeds hieruit kan het vereiste oogmerk worden afgeleid.
- Verder springt ook hier in het oog dat verdachte (evenals bij de verkoop van de aandelen in IFH) bij zijn werkzaamheden inzake de verkoop van aandelen in TE gebruik heeft gemaakt van een valse naam, te weten de naam Robert den Hartog. Ook tegenover belegger 107 heeft hij zich van die naam bediend. Zoals de rechtbank al eerder heeft overwogen, is het gebruik van een alias een belangrijke aanwijzing voor de wetenschap van verdachte van de door hem en zijn medeverdachten gepresenteerde onjuistheden en zijn oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling.
- Tot slot overweegt de rechtbank dat de verkoop van de aandelen in TE in tijd zeer kort is gevolgd op de verkoop van de aandelen in IFH, welke verkopen gedeeltelijk in dezelfde samenstelling van personen hebben plaatsgevonden. De rechtbank stelt in dat kader vast dat het door haar bewezen geachte samenweefsel van verdichtsels met betrekking tot de oplichtingen ten aanzien van de aandelen in IFH en TE overeenkomsten vertonen. Inzake IFH heeft de rechtbank overwogen dat verdachte samen met zijn zakenpartner (en medeverdachte) Lex V., een belangrijke rol heeft gespeeld bij het voorhouden van de onjuiste en valse informatie aan (potentiële) beleggers. Net als in die zaak heeft verdachte ook inzake TE vergoedingen voor zijn verkoop van aandelen ontvangen op de bankrekening van zijn moeder. Ook deze omstandigheden dragen bij aan het oordeel van de rechtbank dat verdachte wist van (kort gezegd) de ondeugdelijkheid van de handel in aandelen in TE die, net als bij IFH, door medeverdachte Lex V. is geïnitieerd.
- Verdachte heeft, net als andere medewerkers van Titan, aan potentiële beleggers voorgespiegeld – tijdens gesprekken en middels een brochure – dat Titan was gevestigd in Zwitserland. Deze informatie was vals. Titan was in werkelijkheid een onderneming in Belgrado en alle activiteiten werden vanuit het kantoor daar verricht. Het was medewerkers van Titan opgedragen om potentiële beleggers mede te delen dat Titan een gerenommeerd, in Zwitserland gevestigd, advies- en/of beleggingskantoor was en te verzwijgen dat in werkelijkheid vanuit Belgrado werd gehandeld. In dat verband maakten medewerkers van Titan, inclusief verdachte, in hun contacten met de potentiële beleggers gebruik van telefoonnummers met een Zwitsers netnummer en beschikte verdachte ook over een Zwitsers mobiel telefoonnummer. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte wist dat deze aan beleggers gepresenteerde informatie onjuist was.
- Verdachte heeft verder bij zijn werkzaamheden voor Titan gebruik gemaakt van een valse naam. Tijdens telefonische (verkoop)gesprekken met potentiële beleggers noemde verdachte zichzelf Robert of Roy van Zuydewijn en gebruikte hij ook een andere stem, zonder accent. In de, ook door verdachte gebruikte, brochure van Titan stond vermeld
- Tot slot is een aanzienlijk deel van de door de beleggers afgegeven geldbedragen aan verdachte uitbetaald. In de eerste plaats leidt de rechtbank uit de verklaring van getuige 63 (een ex-vriendin van verdachte) af dat verdachte in elk geval eenmaal een bedrag van maar liefst € 250.000,- contant heeft ontvangen en daarnaast nog een keer een groot geldbedrag, eveneens contant. Verder is een deel van de aan verdachte uitbetaalde vergoeding gestort op de Marokkaanse bankrekening van verdachte en op de bankrekening van zijn moeder. Door of namens verdachte is de rechtbank geen (afdoende) verklaring gegeven voor deze (contante) geldstromen en de omvang daarvan.
ecli:nl:hr:2007:BA0502).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de straf
“Later liet hij de film ook altijd zien aan het personeel bij de andere boilerrooms waar hij werkte. Ook speelde hij zelf een scene uit de film na voor het personeel. Zijn streven was in alle gevallen om van een ‘nee’ een ‘ja’ te maken, zoals in de film”, aldus deze getuige.
7.Beslag
8.Vorderingen benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
niet bewezenwat aan verdachte onder feiten 1 en 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
bewezendat verdachte het onder feiten 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.
niet-ontvankelijkin de vorderingen.
belegger 81 en betrokkene belegger 81geleden schade tot een bedrag van
€ 122.804,-en veroordeelt verdachte tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag.
45 dagen gijzeling.
belegger 55geleden schade tot een bedrag van
€ 161.401,99en veroordeelt verdachte tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag.
45 (vijfenveertig) dagen gijzeling.
belegger 52geleden schade tot een bedrag van
€ 34.270,27en veroordeelt verdachte tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag.
45 (vijfenveertig) dagen gijzeling.
belegger 53geleden schade tot een bedrag van
€ 238.816,10en veroordeelt verdachte tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag.
45 (vijfenveertig) dagen gijzeling.
belegger 56geleden schade tot een bedrag van
€ 102.988,38en veroordeelt verdachte tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag.
45 (vijfenveertig) dagen gijzeling.
belegger 79geleden schade (voor zover dit betrekking heeft op zaaksdossier 5) tot een bedrag van
€ 33.972,43en veroordeelt verdachte tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag.
45 (vijfenveertig) dagen gijzeling.
belegger 57geleden schade tot een bedrag van
€ 539.177,77en veroordeelt verdachte tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag.
45 (vijfenveertig) dagen gijzeling.
belegger 54geleden schade tot een bedrag van
€ 9.989,54en veroordeelt verdachte tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag.
45 (vijfenveertig) dagen gijzeling.