ECLI:NL:RBNHO:2020:2546
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen herziening bijstandsuitkering op grond van kostendelersnorm
Verzoekster, een alleenstaande moeder met psychische beperkingen en schulden, ontvangt een bijstandsuitkering die door de gemeente is herzien op basis van de kostendelersnorm, omdat twee van haar meerderjarige kinderen naar het oordeel van de gemeente bij haar wonen. Na een rechtmatigheidsonderzoek, inclusief een gesprek en huisbezoek, concludeerde de gemeente dat sprake is van een driepersoonshuishouden.
Verzoekster betwistte dit en voerde aan dat haar kinderen elders hun hoofdverblijf hebben en haar mantelzorg verlenen zonder daadwerkelijk bij haar te wonen. De voorzieningenrechter weegt de verklaringen van verzoekster en haar zoon, het psychologisch rapport, het huisbezoek en de administratieve gegevens af. Ondanks de beperkingen van verzoekster acht de rechter de ondertekende verklaringen en het huisbezoek overtuigend bewijs voor het toepassen van de kostendelersnorm.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat twee kinderen hun hoofdverblijf bij verzoekster hebben, zodat de herziening van de uitkering terecht is. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de herziening van de bijstandsuitkering op grond van de kostendelersnorm wordt afgewezen.