Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
16 september 2020zodat de eisende partij de hierboven bedoelde inlichtingen kan verstrekken;
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak waarin ANWB B.V. een vordering instelde tegen een consument wegens een telefonisch gesloten wegenwachtserviceovereenkomst. De gedaagde was niet verschenen, waardoor verstek werd verleend. De rechtbank constateerde dat de dagvaarding onvoldoende informatie bevatte om aan de wettelijke eisen te voldoen en dat ambtshalve toetsing van consumentenbeschermende bepalingen noodzakelijk was.
De overeenkomst betreft een verzekeringsovereenkomst voor pechhulp, waarbij de kantonrechter op grond van het arrest van de Hoge Raad van 2014 oordeelde dat de ANWB-wegenwachtservice als zodanig moet worden gekwalificeerd. Onzekerheid bestond over de vraag of ook een aparte overeenkomst voor directe pechhulp was gesloten en hoe die zich juridisch verhoudt tot de verzekeringsovereenkomst.
De rechtbank benadrukte het belang van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) voor de informatieverplichtingen van de eisende partij, met name over het herroepingsrecht. Omdat onvoldoende gegevens waren verstrekt over de naleving van deze verplichtingen, stelde de rechtbank de eisende partij in de gelegenheid om hierover nadere informatie te verschaffen. Tevens werd verduidelijkt dat algemene voorwaarden en de beëindiging van de overeenkomst ambtshalve op eerlijkheid moeten worden getoetst.
De zaak werd aangehouden en verwezen naar de rol op 16 september 2020, zodat de eisende partij de gevraagde informatie kan aanleveren. Dit tussenvonnis is gewezen door kantonrechter I. de Greef en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en verwijst de eisende partij in de gelegenheid nadere informatie te verstrekken over de toepasselijkheid van de Wft, informatieverplichtingen en herroepingsrecht.