Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 oktober 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
€ 5.000,-. Hiervan heeft eiseres geen melding gedaan bij verweerder.
6. De rechtbank staat geplaatst voor de vraag of eiseres voor de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO relevante inkomsten uit arbeid heeft ontvangen en of zij haar inlichtingenplicht heeft geschonden. Vervolgens is het de vraag of verweerder op goede gronden heeft besloten de uitkering van eiseres met terugwerkende kracht te herzien. Het volgende wordt overwogen.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) komt bij het beantwoorden van de vraag of inkomsten als inkomen uit arbeid moeten worden aangemerkt, in beginsel doorslaggevende betekenis toe aan de in het kader van de fiscale wetgeving door de verzekerde gemaakte - en door de fiscus gehonoreerde - keuze. Van die keuze kan slechts worden afgeweken indien sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzondering op deze regel rechtvaardigen (zie bijvoorbeeld de uitspraken van de CRvB van 23 december 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AU9534 en 11 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK3043).