Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
subsidiair
hij op of omstreeks 13 oktober 2018 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s) van categorie II of III van de Wet Wapens en munitie, en/of (voor dat/die vuurwapen(s) geschikte) munitie van categorie II of III van de Wet Wapens en munitie, te weten een of meerdere kogelpatronen, voorhanden heeft gehad;
3.
hij op of omstreeks 13 oktober 2018 te Zaandam, gemeente Zaanstad, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
“schiet hem neer”.
“Hij(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] )
mocht niet ontsnappen”.
“maak hem dood”en/of
“(ik) schiet hem dood”.
twee vuurwapensheeft aangenomen en deze in zijn broekzakken heeft gestoken.
achter de taxi met daarin [slachtoffer 1] aan, tot aan het Zaans Medisch Centrum (ZMC) (hierna: het ziekenhuis).
“Het was voor ons heel simpel dat we erachter aan gingen”.
“Ik zie de heer [slachtoffer 1] vlug in een taxi stappen. Ik denk alleen bij mijzelf hij mag niet ontkomen. (…) Ik stap in. Wij rijden achter die taxi aan, (…). (…) Ik zie de wagen heel snel rijden (…) en vervolgens merk ik of zie ik dat de auto stopt of remlicht geeft bij het ziekenhuis”.
“Ik stap uit, ik zie de heer [slachtoffer 1] naar binnen rennen lopen, met versnelde pas, dus ik loop ook naar daar”.
Ga weg”;
“Ga aan de kant, jij hebt hier niks mee te maken”.
“auw”had horen schreeuwen, zodat hij weet dat hij [slachtoffer 1] heeft geraakt.
“Ik stond ook in die lijn, ik keek in de loop”, aldus [getuige 4] .
“Het was voor mij toen duidelijk dat ik mij niet meer om hem hoefde te bekommeren”, aldus verdachte.
hij op 13 oktober 2018 te Zaandam, gemeente Zaanstad, vuurwapens van categorie III van de Wet wapens en munitie, en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten kogelpatronen, voorhanden heeft gehad;
hij op 13 oktober 2018 te Zaandam, gemeente Zaanstad, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door op korte afstand van die [slachtoffer 2] een vuurwapen op die [slachtoffer 2] te richten.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Onttrekking aan het verkeer
- 1 bus pepperspray en
- 1 stroomstootwapen,
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
- het slachtoffer heeft gevreesd voor zijn leven;
- het slachtoffer heeft vanwege meerdere schotwonden, deels veroorzaakt door verdachte, een spoedoperatie moeten ondergaan en heeft daarna nog veel pijn en hinder ondervonden;
- het slachtoffer zal blijvende, ontsierende littekens houden.
9.Vordering tot tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
bewezendat verdachte de onder
1 primair, 2 en 3ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) jaren.
Onttrektaan het verkeer:
- 1 bus pepperspray en
- 1 stroomstootwapen.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 10.000,00 (tienduizend euro)als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 10.000,00 (tienduizend euro),bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
85 (vijfentachtig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.
Wijst afde vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de zaak met parketnummer 96/120157-17 opgelegde voorwaardelijke straffen.