Deze civiele procedure betreft een vordering van eiser [K] tegen het deurwaarderskantoor De Best & Partners B.V. wegens het niet tijdig betekenen van een appeldagvaarding, waardoor de appeltermijn is verstreken en het vonnis van de rechtbank onherroepelijk werd. [K] stelt dat het deurwaarderskantoor aansprakelijk is voor de schade die hij daardoor lijdt, omdat hij anders in hoger beroep zou zijn geslaagd.
De feiten betreffen een medische aansprakelijkheidszaak over een bevalling in 1996 met mogelijke fouten bij het Kennemer Gasthuis, die in 2017 door de rechtbank werd afgewezen. De appeldagvaarding moest uiterlijk 23 augustus 2017 worden betekend, maar dat is niet gebeurd. Het deurwaarderskantoor erkent de fout, maar voert formeel verweer dat de verkeerde partij is gedagvaard, wat de rechtbank verwerpt.
De rechtbank toetst of er een reële kans was dat het hoger beroep zou leiden tot vernietiging van het vonnis. Uit het deskundigenrapport van dr. Visser en een bevestigend rapport van prof. Van Vugt volgt dat er geen sprake was van medisch onzorgvuldig handelen. [K] heeft geen overtuigende argumenten aangevoerd om dit oordeel te betwisten. Daarom is de kans op succes in hoger beroep niet reëel.
De rechtbank wijst de vordering af, veroordeelt [K] in de proceskosten en overweegt dat de advocaat van [K], die ook opdrachtgever van het deurwaarderskantoor was, een eigen belang heeft dat mogelijk conflicteert met dat van zijn cliënt.