ECLI:NL:RBNHO:2019:5634
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland om haar bijstandsuitkering te beëindigen vanwege het niet melden van op geld waardeerbare activiteiten. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en direct uitspraak gedaan.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 17 van Pro de Participatiewet de belanghebbende verplicht is om alle feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand te melden. Het verrichten van op geld waardeerbare activiteiten valt hier expliciet onder, ongeacht of daar daadwerkelijk inkomsten uit voortvloeien.
Verzoekster wordt geacht deze informatieplicht te hebben geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Voorshands is zij er niet in geslaagd de juistheid van de bevindingen te weerleggen, mede gezien een eerdere beëindiging van de bijstand om dezelfde reden. Daarom is onvoldoende grond om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De bezwaarprocedure kan leiden tot een andere uitkomst, maar op dit moment wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.