ECLI:NL:RBNHO:2019:445
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en vergrijpboete wegens niet aangeven gebruikelijk loon en dividend
Eiser, aandeelhouder en bestuurder van meerdere vennootschappen, gaf in zijn aangifte inkomstenbelasting 2010 geen gebruikelijk loon en dividendinkomsten aan. Na een boekenonderzoek stelde de Belastingdienst een navorderingsaanslag en een vergrijpboete vast wegens het niet doen van de vereiste aangifte.
De rechtbank oordeelt dat de gebruikelijk-loonregeling van toepassing is, ook zonder formele arbeidsovereenkomsten, omdat eiser werkzaamheden verrichtte voor ten minste zes vennootschappen. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij door ziekte geen werkzaamheden kon verrichten of dat stagiaires de werkzaamheden zelfstandig deden. De rechtbank stelt de bewijslast omgekeerd en verzwaard vast, omdat eiser een aanzienlijk bedrag aan belasting niet heeft aangegeven.
Verder is vastgesteld dat eiser ook inkomsten uit rente en een vrijwilligersbijdrage niet heeft opgegeven. De rechtbank acht het aannemelijk dat eiser bewust was van zijn onjuiste aangifte, mede gezien zijn fiscale deskundigheid en de omvang van de correcties. De opgelegde vergrijpboete is passend en is verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De beroepen van eiser worden ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en boete blijven gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en vergrijpboete worden gehandhaafd en het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.