Uitspraak
Rechtbank noord-holland
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
46.336
18.72
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, werkzaam als actrice, betwistte de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2013, waarbij een deel van haar inkomsten als omzet uit onderneming werd aangemerkt. Zij stelde dat op grond van beleid bij de Belastingdienst voor artiesten haar inkomsten als winst uit onderneming hadden moeten worden gekwalificeerd, zodat zij recht zou hebben op ondernemersfaciliteiten.
De gemachtigde van eiseres bracht bewijsstukken in van andere belastingplichtigen die in vergelijkbare omstandigheden zouden verkeren en stelde dat in de meerderheid van die gevallen een juiste wetstoepassing achterwege was gebleven. Verweerder betwistte dit en stelde dat de bewijsstukken te globaal waren en dat geen sprake was van begunstigend beleid.
De rechtbank volgde het oordeel van het gerechtshof Amsterdam dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat andere belastingplichtigen in vergelijkbare omstandigheden verkeerden en dat een juiste wetstoepassing was achtergebleven. De stelling dat zij kon volstaan met algemene kenmerken werd verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Walderveen op 5 april 2019 te Haarlem.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2013 wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van ongelijke behandeling.