ECLI:NL:RBNHO:2019:10074
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting aanmerkelijk belang na overlijden erflaatster
De rechtbank Noord-Holland behandelde het geschil tussen de erven van erflaatster en de inspecteur van de Belastingdienst over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) 2012. Erflaatster was gerechtigd tot een aanmerkelijk belang in twee vennootschappen via huwelijksvermogensrecht, maar in haar aangifte 2012 werd dit niet vermeld. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op op basis van een nieuw feit.
Eisers betoogden dat er geen nieuw feit was en dat de aanslag te hoog was, onder meer vanwege toepassing van de doorschuiffaciliteit en een voorziening wegens oninbaarheid. De inspecteur stelde dat de aangifte juist was en dat navordering terecht was. De rechtbank overwoog dat de inspecteur mocht uitgaan van de juistheid van de aangifte, dat er geen ambtelijk verzuim was en dat het nieuw feit aanwezig was.
De rechtbank oordeelde ook dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat sprake was van ondernemingsvermogen voor de doorschuiffaciliteit of dat de waarde van de aandelen lager moest worden vastgesteld vanwege oninbaarheid van vorderingen. De navorderingsaanslag werd daarom niet verminderd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2012 wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.