ECLI:NL:RBNHO:2018:7607
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzoeken om ambtshalve vermindering aanslagen inkomstenbelasting 2011 en 2012
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar verzoeken om ambtshalve vermindering van de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) over de jaren 2011 en 2012. De rechtbank heeft onderzocht of het verdedigingsbeginsel is geschonden, of de bijtelling eigenwoningforfait en hypotheekrente correct zijn toegepast, en of de winst- en omzetcijfers juist zijn vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat het verdedigingsbeginsel niet van toepassing is omdat de aanslagen conform de aangiften zijn vastgesteld en er geen sprake is van een bezwarend besluit. Ook is geen schending van het hoorrecht of andere beginselen van behoorlijk bestuur vastgesteld. De woning aan een adres waar eiseres eerder woonde, is terecht aangemerkt als eigen woning voor de toepassing van het eigenwoningforfait en hypotheekrenteaftrek, ook na het vertrek van eiseres uit die woning.
Verder is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de betaalde hypotheekrente als alimentatie kan worden aangemerkt, aangezien de betalingen niet voortvloeiden uit een onderhoudsverplichting. De door eiseres bepleite herziening van de winstberekening op grond van het huurrecht is niet gerechtvaardigd, mede omdat de aanslagen onherroepelijk vaststaan. De rechtbank concludeert dat de aanslagen terecht zijn vastgesteld en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van verzoeken om ambtshalve vermindering van de aanslagen inkomstenbelasting 2011 en 2012 worden ongegrond verklaard.