Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juli 2018 in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil13. In geschil is of bij eiser terecht en tot de juiste bedragen inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking is genomen. Meer specifiek is in geschil of ter zake van de tot het concern behorende vennootschappen ten laste van de winst gebrachte kosten sprake is van een uitdeling van winst aan eiser. Voorts zijn de vergrijpboetes in geschil.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2007 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 84.827, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 265.021 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 64.390;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2008 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 86.093, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 6.597 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 74.863;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2009 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 86.121, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € nihil en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 74.167;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2010 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 65.952, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 10.708 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 83.609;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2011 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 69.691, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 14.006 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 77.107;
- vermindert de beschikkingen heffingsrente dienovereenkomstig;
- vernietigt de vergrijpboete met betrekking tot het jaar 2009;
- vermindert de overige vergrijpboetes tot op € 1.195 (2007), € 527 (2008), € 592 (2010) en € 1.120 (2011);
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.503;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiser te vergoeden.