Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden met [slachtoffer] d.d. 1 augustus 2017 (dossierpagina’s 22 – 24), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
Proces-verbaal van aangifte van [vader slachtoffer] d.d. 4 augustus 2017 (dossier pagina’s 25 – 29), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende de aangifte gedaan door de vader van het slachtoffer:
Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 augustus 2017 (dossierpagina’s 30 – 40), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende de verklaring van het slachtoffer [slachtoffer] :
Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 januari 2018 (dossierpagina’s 47 – 56), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende de verklaring van het slachtoffer [slachtoffer] :
Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 8 augustus 2017 (dossierpagina’s 41 – 46), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende de verklaring afgelegd door [broer slachtoffer] , broer van het slachtoffer:
Een schriftelijk bescheid, te weten een NFI-rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van de aangifte van een zedenmisdrijf in Haarlem op 31 juli 2017 d.d. 30 januari 2018 (dossierpagina’s 98 – 100), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 januari 2018 (dossierpagina’s 280 – 293), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
wettigbewijs is voor bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. Het gaat daarbij om de vraag of de door aangeefster afgelegde verklaringen voldoende steun vinden in het overige bewijsmateriaal. Daarbij is niet vereist dat het gedwongen ondergaan van seksuele handelingen steun vindt in ander bewijsmateriaal, maar kan het op bepaalde punten bevestigd zien van de verklaring van het aangeefster in andere bewijsmiddelen, mits afkomstig van een andere bron, eveneens afdoende zijn. Anderzijds geldt de vraag of dit bewijsmateriaal ook voldoende
overtuigendis.
overtuigendacht. Niet alleen bevatten deze veel details, maar heeft aangeefster consistent verklaard tegenover verbalisanten, de rechter-commissaris en getuigen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
[vader slachtoffer]heeft namens haar een vordering tot schadevergoeding van € 5.092,04 ingediend tegen verdachte, bestaande uit € 92,04 wegens materiële schade en € 5.000,00 wegens immateriële schade, die zij als gevolg van het tenlastegelegde zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit:
- Daggeldvergoeding ziekenhuisopname € 28,00
- Reiskosten € 64,04
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
VEERTIG [40] MAANDEN.
€ 5.092,04, bestaande uit € 92,04 als vergoeding voor de materiële en € 5.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [vader slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 5.092,04, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
60 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.