ECLI:NL:RBNHO:2018:5079
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarde onroerende zaak en restwaarde volgens Wet WOZ
De zaak betreft een geschil over de waarde van een onroerende zaak voor het kalenderjaar 2016, vastgesteld op de waardepeildatum 1 januari 2015. Eiseres betwist de vastgestelde waarde van €508.000 en stelt dat de restwaarde van de onroerende zaak op nihil moet worden gesteld, onder verwijzing naar eerdere jurisprudentie en eigen taxaties. Verweerder heeft de waarde vastgesteld met gebruikmaking van de gecorrigeerde vervangingswaarde en de Taxatiewijzer Sport, waarbij de waarde binnen de bandbreedten van de taxatiewijzer is bepaald.
De rechtbank oordeelt dat de restwaarde terecht niet op nihil is gesteld, mede omdat de onroerende zaak in goede bouwkundige staat verkeert en geen sprake is van sloop of herontwikkeling. De rechtbank wijst het verzoek van eiseres af om een extra bewijsopdracht te geven en concludeert dat verweerder de waarde niet te hoog heeft vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Holland op 20 juni 2018. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €508.000 wordt bevestigd.