Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de staatssecretaris van Financiën, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
).
.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, werkzaam bij de Belastingdienst, vroeg ontslag met toekenning van een stimuleringspremie variant B aan per 1 maart 2020. Verweerder wees dit af omdat eiseres volgens hem al in 2014 had besloten de dienst te verlaten, onder meer gebaseerd op een afscheidsreceptie en het inleveren van bedrijfsmiddelen.
Eiseres voerde aan dat zij geen ondubbelzinnige wilsuiting tot ontslag had gedaan en dat de afscheidsreceptie klein was gehouden en geen definitief afscheid betekende. Ook stelde zij dat zij de mogelijkheid tot terugkeer open wilde houden, wat zij ook deed.
De rechtbank oordeelde dat er geen ondubbelzinnige gedraging was gericht op ontslag vóór 18 januari 2016 en dat de afwijzing van de aanvraag onterecht was. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van de stimuleringspremie en beveelt een nieuw besluit op bezwaar.