ECLI:NL:RBNHO:2018:4425
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beperkte WW-uitkeringsduur en maatregel wegens late aanvraag
Eiser vroeg een WW-uitkering aan met ingang van 1 februari 2017. Het UWV kende een uitkering toe tot 30 april 2017 omdat eiser niet voldeed aan de arbeidsverledeneis, doordat hij in 2012 en 2013 geen loon uit dienstbetrekking had ontvangen. Daarnaast legde het UWV een maatregel van 20% gedurende twee maanden op vanwege het te laat indienen van de aanvraag, die pas op 19 juli 2017 werd gedaan.
Eiser betoogde dat hij een lang arbeidsverleden had en de korte uitkeringsduur onrechtvaardig vond. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke bepalingen geen ruimte bieden voor afwijking en dat inkomsten als zelfstandige niet meetellen voor de arbeidsverledeneis. Ook het beroep op onwetendheid over de aanvraagtermijn faalde, omdat het UWV conform beleidsregels een maatregel oplegde die proportioneel was gezien de termijnoverschrijding.
De rechtbank concludeerde dat eiser verwijtbaar te laat was met de aanvraag en dat de opgelegde maatregel terecht was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de beperkte WW-uitkeringsduur en de maatregel wegens te late aanvraag wordt ongegrond verklaard.