Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 januari 2018 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almere, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
90 90 92 87
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, een moedermaatschappij binnen een fiscale eenheid, had achtergestelde leningen verstrekt aan haar dochtervennootschappen [D] BV en [E] BV. Verweerder stelde dat deze leningen onzakelijk waren omdat een onafhankelijke derde onder dezelfde voorwaarden het debiteurenrisico niet zou hebben aanvaard.
De rechtbank stelde vast dat de leningen waren verstrekt om de verkoop van de onderneming binnen de fiscale eenheid mogelijk te maken en dat de financiële kengetallen van de onderneming gezond waren. Tevens was het faillissement van de dochtervennootschappen pas later en onverwacht ontstaan door een incidenteel probleem.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat de leningen onzakelijk waren en dat het verlies op de leningen ten laste van de belastbare winst mocht worden gebracht. Het beroep van eiseres werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting tot nihil met vaststelling van het verlies op € 431.979.