Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het proces-verbaal van de comparitie van 11 september 2018
- de brief van mr. Kool van 27 september 2018 met opmerkingen over het proces-verbaal
- de brief van mr. Knoppers van 27 september 2018 met opmerkingen over het proces-verbaal.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
‘bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
‘zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat
4.De overwegingen
in conventie
lidstaat, terwijl [land] in dit verband (dus) geen lidstaat is. Op grond van artikel 10 Erfrechtverordening Pro heeft de Nederlandse rechter in het geval erflater zijn gewone verblijfplaats niet in een lidstaat had en goederen uit de nalatenschap zich binnen een lidstaat bevinden (in dit geval Nederland), rechtsmacht indien erflater de Nederlandse nationaliteit had. Daarvan is in dit geval sprake. De Nederlandse rechter komt op grond van dit artikel dan ook rechtsmacht toe. Anders dan [gedaagde/eiser] meent, is daarvoor niet nodig dat de Engelse rechter zich onbevoegd heeft verklaard. Voor zover [gedaagde/eiser] aanvoert dat erflater in zijn testament een keuze heeft gemaakt voor de bevoegdheid van de Engelse rechter kan hij ook daarin niet worden gevolgd, aangezien in het testament slechts een keuze wordt gemaakt voor de toepasselijkheid van het Engels recht.
1.629,00(3 punten × tarief € 543,00)