ECLI:NL:RBNHO:2017:11224
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. van den Bos
- R.A. Otter
- J.C.M. Swinkels
- Rechtspraak.nl
Beslissing tot achterwege laten van voorwaardelijke invrijheidstelling wegens ernstig wangedrag tijdens detentie
De veroordeelde was bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan de tenuitvoerlegging in mei 2016 begon. Het Openbaar Ministerie verzocht om de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege te laten omdat de veroordeelde zich ernstig had misdragen na aanvang van de strafuitvoering.
Na een aanvankelijke aanhouding wegens nieuwe strafbare feiten in januari 2017 en voorlopige hechtenis, werd de vordering van het OM aangevuld en ter zitting behandeld. De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid aan en betwistte de ernst en omvang van het wangedrag, verwijzend naar de complexiteit van het lopende onderzoek en het voorlopige karakter van de verdenkingen.
De rechtbank oordeelde dat het OM ontvankelijk was in de vordering en dat de ernstige bezwaren tegen de veroordeelde voldoende waren vastgesteld. Gezien het feit dat de veroordeelde zich ernstig heeft misdragen gedurende de periode die op de straf in mindering wordt gebracht, werd de vordering toegewezen. De rechtbank kon niet bepalen wanneer de veroordeelde in vrijheid zou worden gesteld, maar liet de voorwaardelijke invrijheidstelling geheel achterwege.
Uitkomst: De rechtbank laat de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde geheel achterwege wegens ernstig wangedrag tijdens de detentieperiode.