Verweerder heeft een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een natuurpark en natuurbegraafplaats nabij Koedijk. Eiser, eigenaar van een aangrenzend agrarisch bedrijf, stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat verweerder niet voldeed aan de mededelingsplicht bij het besluit, waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Eiser voerde aan dat de aanleg van de natuurbegraafplaats het oppervlakte- en grondwater zou verontreinigen en de grondwaterstand zou verhogen, wat schadelijk zou zijn voor zijn agrarisch bedrijf. De rechtbank volgt dit niet, mede omdat de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de lijkbezorging de bescherming regelen en het deskundigenrapport van Alterra geen significante effecten verwacht. Eiser bracht geen tegenrapport in.
Verder stelde eiser dat er geen breed draagvlak is voor het project, dat sprake is van een massabegraafplaats en dat zijn bedrijf verplaatst zou moeten worden. De rechtbank oordeelt dat de vergunninghouder voldoende inspanningen heeft gedaan om draagvlak te creëren, dat de begraafdichtheid binnen wettelijke normen valt en dat de bedrijfsverplaatsing niet in deze procedure aan de orde is.
De rechtbank concludeert dat de aangevoerde gronden onvoldoende zijn om het besluit te vernietigen en verklaart het beroep ongegrond.