Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[verzoeker 1] ,
[verzoeker 2] ,
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechtbank Noord-Holland in een faillissementsprocedure. Zij stelden dat er sprake was van belangenverstrengeling en criminele activiteiten binnen de rechtbank en het Openbaar Ministerie, en dat de rechtbank daarom niet onpartijdig zou zijn.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking van alle rechters van de rechtbank niet mogelijk is omdat de wet dit niet toestaat voor rechters die niet bij de zaak betrokken zijn. Daarnaast ontbrak een gemotiveerde wrakingsgrond tegen de rechter die de faillissementszaak behandelt, waardoor het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Het verzoek is daarom buiten behandeling gesteld. Tevens is bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoekers niet in behandeling worden genomen tenzij nieuwe feiten worden aangevoerd. De faillissementsprocedure wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid; vervolgverzoek niet in behandeling tenzij nieuwe feiten.