Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 april 2016 in de zaak tussen
Stichting de Faunabescherming, te Amstelveen, eiseres
het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Ingevolge het derde lid worden bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, regels gesteld met betrekking tot het gebruik van de in het eerste en tweede lid bedoelde middelen. Deze regels betreffen in ieder geval:
1 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9076
,is aan het in artikel 68, eerste lid, aanhef en onder c, van de Ffw gestelde vereiste van belangrijke schade voldaan, indien is gebleken van een concrete dreiging van belangrijke schade. Verweerder heeft, bij de invulling van het begrip 'belangrijke schade' en bij het bepalen of sprake is van een concrete dreiging daarvan, een zekere beoordelingsruimte. Niet vereist is dat belangrijke schade zich al heeft voorgedaan, maar een besluit tot ontheffing van het verbod op afschot dient (gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen) strikt noodzakelijk te zijn en op een nauwkeurige en treffende motivering te berusten.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;