Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 maart 2016 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor [P] , verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 500.000.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, verstrekte in 2008 een lening aan [F] B.V. voor de aankoop van aandelen in [G] B.V. De Belastingdienst stelde dat deze lening onzakelijk was omdat een onafhankelijke derde het debiteurenrisico niet zou hebben aanvaard, en weigerde de aftrek van een afwaarderingsverlies van € 500.000.
De rechtbank onderzocht de voorwaarden van de lening, waaronder het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst en zekerheden, de achterstelling ten opzichte van een bankkrediet, en de lage rente die werd bijgeschreven. De rechtbank concludeerde dat de lening zakelijk was omdat de rente bepaalbaar was en de omstandigheden bij het aangaan van de lening een redelijke terugbetaling verwachtten.
Ook het subsidiaire standpunt van de Belastingdienst dat de lening gedurende de looptijd onzakelijk zou zijn geworden, werd verworpen wegens gebrek aan bewijs van noodzakelijke maatregelen door eiseres.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en stelde de aanslag vennootschapsbelasting en heffingsrente dienovereenkomstig bij. Tevens werd verweerder veroordeeld in proceskosten en vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting tot een belastbaar bedrag van € 1.979.892.