Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 januari 2016 in de zaak tussen
de besloten vennootschap [eiseres] B.V., te [plaats] , eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- Uit de verklaringen van negen van de tien op 24 april 2012 gehoorde Roemeense arbeiders blijkt dat zij hun werk verrichtten onder de leiding en het toezicht van ‘ [naam 5] ’ en ‘ [naam 6] ’. Eén van hen, [naam 7] , verklaart nog dat hij eigenlijk nooit de bemanning van het schip ziet. Hij weet wel dat er 2 of 3 bemanningsleden zijn. Die spreekt hij nooit. Ze bemoeien zich niet met de werkzaamheden.
- [naam 8] verklaart dat hij is aangenomen door [naam 5] , dat hij als voorman op de [naam 3] is gezet en de tien Roemeense mannen opdracht geeft wat ze moeten doen en daarop toezicht houdt. Hij stuurt zijn factuur aan [naam 5] , die volgens hem ook zzp-er is en weer factureert aan [bedrijf 1] . Er zit bemanning op het schip. De kapitein is aan boord. Er is ook een [naam 9] die af en toe langs komt. Hij werkt net als de bemanning voor de rederij, [eiseres] . Als hij komt, kijkt hij hoe het staat met de werkzaamheden en voert hij overleg met het kantoor [bedrijf 1] .
- [naam 4] , Logistics Manager bij [bedrijf 3] B.V. en gemachtigd om een verklaring af te leggen in deze zaak, heeft op 11 maart 2013 onder meer verklaard: “Ik kan u verklaren dat wij zelf toezicht houden. Er waren van ons continu minimaal 2 personen aanwezig, waaronder 1 schipper. Zij zijn werknemers in dienst van [eiseres] . Zij waren voornamelijk aanwezig om toezicht te houden op de werkzaamheden omdat zij de schepen goed kennen. Daarnaast was de heer [naam 2] ook nog regelmatig aan boord van het schip.”