ECLI:NL:RVS:2015:2583
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onjuiste aanmerking werkgever Wav
De minister legde appellant een boete van €56.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat zeven Roemeense vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtten op een schip waarvan appellant eigenaar was. De rechtbank vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Afdeling overweegt dat de enkele omstandigheid dat appellant een dienst ontving onvoldoende is om haar als werkgever in de zin van de Wav aan te merken. De minister heeft niet voldoende gemotiveerd waarom appellant als werkgever moet worden beschouwd, mede omdat er geen gezagsverhouding of directe betrokkenheid bij de uitvoering van de werkzaamheden was. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen ten onrechte in stand gelaten.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden deel van de uitspraak van de rechtbank en herroept het boetebesluit. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt herroepen omdat appellant niet als werkgever in de zin van de Wav kan worden aangemerkt.