Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 juli 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
,plaatsvervangend diensthoofd regionale recherche, en
Rechtbank Noord-Holland
Eiser, een rechercheur met 36 jaar dienst, werd ontslagen wegens onbekwaamheid en ongeschiktheid voor zijn functie binnen de politie, anders dan wegens ziekte. Dit ontslag volgde op een incident waarbij eiser buiten diensttijd zijn zoon hielp met het openbreken van een woning, waarbij vernielingen ontstonden en hij twee collega’s inschakelde. Hoewel het OM aanvankelijk afzag van strafrechtelijk onderzoek en bemiddeling voorstelde, weigerde eiser hieraan mee te werken en escaleerde het conflict met het OM.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van eiser, waaronder het weigeren van medewerking aan het onderzoek, het dreigen met publiciteit en het niet willen oplossen van het conflict in der minne, de professionele relatie tussen politie en OM ernstig heeft geschaad. Ondanks waarschuwingen en mogelijkheden tot bemiddeling bleef eiser halsstarrig in zijn houding.
De rechtbank stelde vast dat het ontslag terecht was gebaseerd op het gedrag vanaf oktober 2014 en dat het eerdere incident van woningbraak weliswaar aanleiding was, maar van ondergeschikt belang. De rechtbank concludeerde dat eiser niet beschikt over de vereiste eigenschappen, mentaliteit en instelling voor zijn functie en dat een verbeterkans niet zinvol was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens ongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.