Eiseres ontving bijstand als alleenstaande, maar verweerder stelde na een anonieme melding en onderzoek vast dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met [naam 1]. Dit leidde tot intrekking en terugvordering van de bijstand over meerdere jaren.
Eiseres stelde dat camerabeelden onrechtmatig waren verkregen en daardoor het bewijs niet gebruikt mocht worden. De rechtbank oordeelde dat ook zonder deze beelden voldoende feiten waren verzameld via waarnemingen, verhoren en getuigenverklaringen om de gezamenlijke huishouding vast te stellen.
De rechtbank concludeerde dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden en verweerder op grond van de Wwb verplicht was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Er waren geen dringende redenen voor matiging van de terugvordering. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.