Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig. Hij stelde beroep in tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep onterecht niet-ontvankelijk verklaarde. De kantonrechter verklaarde dit beroep gegrond en vernietigde die beslissing.
De kantonrechter oordeelde dat de dwangsom verschuldigd is over de periode van 18 juli 2014 tot en met 20 augustus 2014, en stelde de hoogte vast op €940,00 volgens een dagtarief dat opliep van €20 tot €40. De officier van justitie had de dwangsom deels tijdig vastgesteld, maar het restant van €330,00 niet tijdig, waardoor wettelijke rente verschuldigd is vanaf 16 oktober 2014.
Verder werd de officier van justitie veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over het niet tijdig vastgestelde deel van de dwangsom en tot vergoeding van proceskosten van €980,00 aan betrokkene. Het beroep tegen de initiële beschikking werd ongegrond verklaard, maar het beroep tegen de dwangsombeslissing werd gegrond verklaard en vernietigd.