ECLI:NL:RBNHO:2015:10894
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gezagsverhouding tussen partner en bedrijf voor WW-uitkering
Eiseres was administratief medewerker bij een bedrijf waarvan haar echtgenoot directeur was. Na faillissement van het bedrijf werd haar WW-uitkering wegens betalingsonmacht geweigerd omdat verweerder meende dat geen gezagsverhouding bestond, een vereiste voor een arbeidsovereenkomst.
De rechtbank beoordeelde alle omstandigheden en concludeerde dat eiseres wel degelijk onder gezagsverhouding werkte. Zij moest verantwoording afleggen aan haar echtgenoot en de andere directeur, volgde instructies en werd informeel gecontroleerd op haar werkzaamheden.
De rechtbank verwierp het formele standpunt van verweerder en volgde de jurisprudentie dat ook bij familieverhoudingen materieel moet worden beoordeeld of sprake is van gezagsverhouding.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak bevestigt dat afwijkende arbeidsvoorwaarden binnen familiebedrijven niet uitsluiten dat sprake is van een arbeidsovereenkomst met gezagsverhouding.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiseres onder gezagsverhouding werkte en vernietigt het besluit tot weigering van de WW-uitkering.