Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van de gedingen
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil
Beoordeling van het geschil
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eiser tegen de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen (ib/pvv) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2009. Verweerder had het inkomen van eiser uit cocaïnehandel geschat op basis van extrapolatie van strafrechtelijke onderzoeksgegevens, waarbij rekening werd gehouden met factoren als ziekte en verblijf in het buitenland.
Eiser voerde aan dat de extrapolatie onredelijk was vanwege verschillen in perioden en omstandigheden en betwistte de gemiddelde hoeveelheid cocaïne per transactie. De rechtbank oordeelde dat verweerder een redelijke schatting had gemaakt, mede omdat de handelsfrequentie in de onderzochte periode representatief was voor het gehele jaar 2009.
Daarnaast werd de vergrijpboete wegens opzet verminderd van 50% naar 40%, omdat eiser voorwaardelijk opzet had door bewust de kans te aanvaarden dat hij een onjuiste aangifte deed door de cocaïne-inkomsten niet te verantwoorden.
De beroepen tegen de aanslagen en boete werden ongegrond verklaard, en de heffingsrente werd gehandhaafd. De rechtbank wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen en vergrijpboete worden ongegrond verklaard; de aanslagen en boete worden gehandhaafd.