Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Noord-Holland
Eiser, het Hoogheemraadschap van Rijnland, verzocht Gedeputeerde Staten van Noord-Holland om een financiële bijdrage van 80% in de renovatiekosten van de Grote Sluis in Spaarndam. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank en later de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarden het beroep van eiser gegrond en oordeelden dat aan de voorwaarden van artikel 98 van Pro de Waterschapswet was voldaan.
Verweerder nam een nieuw besluit op bezwaar waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard met het argument dat de stabiliteit en het profiel van de waterkering niet van belang zijn buiten het gebied van het waterschap. De rechtbank oordeelde dat dit in strijd is met de eerdere uitspraak van de Afdeling en dat het onderhoud van de Grote Sluis een provinciaal belang dient.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de onderhoudsplicht van eiser voor zowel de waterkering als de schutsluis, ook voor het deel dat ten behoeve van scheepvaart functioneert. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat eiser niet in financiële problemen verkeert.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de financiële bijdrage op grond van artikel 98 van Pro de Waterschapswet voor renovatiekosten van de Grote Sluis.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.