Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Vonnis van 11 juni 2013
1 De procedure
2 De verdere beoordeling
3 De beslissing
9 juli 2013voor het nemen van een akte als bedoeld in 2.16 aan de zijde van
Aerdenburgh,
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, Aerdenburgh Holding B.V., heeft derdenbeslag gelegd op de vennootschap Hefra Zandvoort B.V., waarin de levenspartner van een persoon werkzaam is. Aerdenburgh vordert op grond van artikel 479a Rv vaststelling van een redelijke vergoeding voor de werkzaamheden die deze persoon verricht voor Hefra, alsmede afdracht van deze bedragen.
De rechtbank heeft in eerdere tussenvonnissen de aard en omvang van de werkzaamheden besproken en stond toe dat Aerdenburgh bewijs leverde over het aantal uren en de functie van de persoon binnen Hefra. Hefra heeft tegenbewijs geleverd en getuigen gehoord, waaronder de financieel controller en de betrokken persoon zelf.
De rechtbank concludeert dat de persoon niet als bedrijfsleider kan worden aangemerkt sinds 2008, maar dat hij werkzaamheden verricht die passen binnen de functie Medewerker bediening, functiegroep 4, conform de Horeca-CAO. Het aantal gewerkte uren wordt geschat op 32 uur per week. De vergoeding wordt vastgesteld op basis van deze functie en uren, waarbij betalingen na de beslaglegging niet in mindering worden gebracht.
De rechtbank staat eiswijziging toe en geeft Aerdenburgh gelegenheid een aanvullende akte in te dienen met een berekening van de netto af te dragen vergoeding, waarna Hefra kan reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en staat eiswijziging toe voor nadere berekening van de vergoeding.