Uitspraak
1.[eiseres sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
[gedaagde](hierna: [gedaagde] ),
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
voorlopigop de 26ste of 27ste mag betalen. [eiseres sub 1] geeft daarop haar akkoord. Op 28 maart 2024 schrijft [eiseres sub 1] aan [gedaagde] dat zij wil dat de huur vanaf mei 2024
weerop tijd – dit wil zeggen vóór of op de 10e van de maand – betaald wordt. Dit betekent dat (de bewindvoerder van)
[gedaagde] met ingang van die mededeling de huur weer vóór de 10e van de maand moet betalen. Vanaf mei 2024 betaalt [gedaagde] de huur echter nog steeds aan het einde van de maand. Zij betaalt dus sinds mei 2024 structureel te laat. Wel heeft zij vijf keer € 100,00 extra betaald, zodat zij € 500,00 is ingelopen op de huurachterstand.
[gedaagde] weer onder controle is waardoor dat de huur in de toekomst voortaan op tijd – dat wil dus zeggen: vóór de 10e van de maand – zal worden voldaan. Aangezien de huur voor de maand februari 2026 vóór 10 februari 2026 betaald had moeten zijn, bestaat de huurachterstand uit € 400,00 [4] . Deze tekortkomingen – de sinds mei 2024 structureel te late betalingen van de huur en de huurachterstand van € 400,00 – rechtvaardigen naar het oordeel van de kantonrechter echter vanwege hun geringe aard niet ontbinding van de huurovereenkomst. [5] De kantonrechter is daarom van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Wel wordt de bewindvoerder veroordeeld om uit het vermogen van [gedaagde] € 400,00 aan huurachterstand van de maand februari 2026 aan [eiseres] te betalen.
eigenbelang van [eiseres sub 1] zijn. Als zij eenmaal aannemelijk heeft gemaakt dat zij het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik, moet worden nagegaan of haar behoefte zo dringend is, dat van haar, de belangen van beide partijen in aanmerking genomen, niet kan worden gevergd dat de huurovereenkomst wordt voortgezet. [eiseres sub 1] zal aannemelijk moeten maken dat haar belangen bij beëindiging van de huur zwaarder wegen dan de belangen van
dringendandere woonruimte nodig heeft, onvoldoende heeft onderbouwd en overweegt hiertoe als volgt. [eiseres] heeft niet gesteld dat [eiseres sub 1] haar huidige woning niet rolstoelvriendelijk en geschikt zou kunnen maken voor haar huidige en toekomstige situatie. Zij heeft ter zitting verteld over een project dat zij had willen realiseren, bestaande uit het afbreken van de woning waarin [eiseres sub 1] nu woont en het bouwen van appartementen. Dit project is uiteindelijk niet van de grond gekomen. De kantonrechter leidt hieruit af dat [eiseres sub 1] over voldoende financiële middelen beschikt om de woning waarin zij nu woont zodanig aan te passen dat deze voor haar wel geschikt is om in te blijven wonen. Dat de woning een lange oprit heeft, maakt ook niet dat zij dringend andere woonruimte nodig heeft; zij heeft niet betwist dat zij met een scootmobiel het dorp zou kunnen bereiken.
eigengebruik, onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter overweegt hiertoe als volgt. [eiseres] heeft niet betwist dat het gehuurde voor [eiseres sub 1] slechts bereikbaar is vanuit een smalle entree en met een kleine lift. Het gehuurde is voor haar dus slecht toegankelijk. Ter onderbouwing van haar stelling dat het gehuurde wel geschikt is voor [eiseres sub 1] , heeft zij slechts één foto overgelegd zonder gegevens over de precieze indeling van de woning, de afmetingen van de kamers en de afmetingen van de breedte van de deuren. Over de entree, gang en lift heeft zij geen gegevens overgelegd. Gezien de onderbouwde betwisting van de bewindvoerder heeft [eiseres] daarom onvoldoende onderbouwd dat het gehuurde geschikt is voor de situatie van [eiseres sub 1] .
“[…] Ik kan geen akkoord geven op de door u gestelde opzegging van de huurovereenkomst, noch op de daarin genoemde opzegtermijn. De door u gestelde termijn van drie maanden is niet correct; op grond van de huurbescherming geldt in mijn situatie een opzegtermijn van zes maanden. […]”[gedaagde] heeft dus expliciet aangegeven niet akkoord te zijn met de opzegging van [eiseres] Door [eiseres] te wijzen op de correcte opzegtermijn, stemt zij niet impliciet in met de opzegging.