Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- het bericht van [eiser] dat hij het kort geding intrekt,
- het verzoek van [gedaagde sub 1] B.V. om [eiser] in de daadwerkelijke proceskosten te veroordelen,
- de reactie van [eiser] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak had eiser een kort geding aangespannen tegen een besloten vennootschap, stellende dat deze partij zijn werkgever was. Nadat gedaagde had aangevoerd dat een andere entiteit de werkgever was, trok eiser het kort geding in. Gedaagde vorderde daarop vergoeding van de proceskosten, stellende dat eiser een grove fout had gemaakt door de verkeerde partij te dagvaarden.
De voorzieningenrechter overwoog dat volgens vaste jurisprudentie de proceskostenregeling limitatief is en dat volledige proceskostenvergoeding alleen mogelijk is bij misbruik van procesrecht of onrechtmatig procederen. Er was geen sprake van misbruik, omdat eiser geen belang had bij het dagvaarden van de verkeerde partij en er sprake was van verwarring.
De rechter besloot daarom de proceskosten te begroten op basis van het liquidatietarief, waarbij het tarief werd gehalveerd vanwege het achterwege blijven van de mondelinge behandeling. Eiser werd veroordeeld tot betaling van €360,50 aan proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente en kosten van betekening indien niet tijdig betaald.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €360,50 wegens dagvaarding van de verkeerde partij zonder misbruik van procesrecht.