Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
1.De procedure
3.De beslissing
woensdag 18 maart 2026om 11:00 uur;
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vorderen eisers betaling en ontbinding van een overeenkomst met betrekking tot de bouw van een woonschip door gedaagde. De rechtbank beoordeelt of de overeenkomst als consumentenkoop kan worden aangemerkt, naast aanneming van werk.
De rechtbank oordeelt dat het woonschip een roerende zaak betreft die nog tot stand moet worden gebracht en dat de overeenkomst voldoet aan de criteria van consumentenkoop, omdat gedaagde handelt in de uitoefening van beroep en eisers consument zijn. Hierdoor is sprake van een gemengde overeenkomst waarbij de regels van consumentenkoop voorrang hebben.
Gezien de toepasselijkheid van consumentenkoopregels en de wettelijke bevoegdheid van de kantonrechter om dergelijke zaken te behandelen, verwijst de rechtbank de hoofdzaak naar de kantonrechter. De proceskosten in het incident worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak naar de kantonrechter wegens de kwalificatie als consumentenkoop en compenseert de proceskosten in het incident.