ECLI:NL:RBMNE:2026:677
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering toeslag wegens schending inlichtingenplicht afgewezen
Eiseres ontving sinds 2012 een toeslag op grond van de Toeslagenwet en een uitkering. Het UWV herzag de toeslag en vorderde terugbetaling omdat het inkomen van eiseres en haar partner sinds 2019 boven het sociaal minimum lag, terwijl eiseres hierover geen informatie verstrekte, waardoor zij de inlichtingenplicht schond.
Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de herziening en terugvordering. Zij voerde aan dat zij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase, dat het vertrouwensbeginsel en rechtsverwerking van toepassing zijn, dat er dringende redenen zijn om niet terug te vorderen, en dat de zesmaandenjurisprudentie analoog moet worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende heeft voldaan aan het hoor- en wederhoorrecht, maar dat eiseres hierdoor niet is benadeeld en het gebrek wordt gepasseerd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtsverwerking faalt omdat eiseres geen toezeggingen aannemelijk heeft gemaakt. Dringende redenen zijn niet aanwezig, mede omdat het UWV al een groot deel van de terugvordering heeft kwijtgescholden en een betalingsregeling mogelijk is. De zesmaandenjurisprudentie is niet van toepassing bij schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, veroordeelt het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres, en bevestigt de herziening en terugvordering van de toeslag.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van de toeslag wordt ongegrond verklaard.