ECLI:NL:RBMNE:2026:662

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
UTR 25/5738
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 WlzArt. 3.2.1, eerste lid, WlzArt. 3.2.1, tweede lid, onder b, WlzArt. 3.2.1, tweede lid, onder c, Wlz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken permanent toezicht of 24-uurszorg

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), welke door het Centrum Indicatiestelling Zorg is afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op het ontbreken van een medische noodzaak voor permanent toezicht of 24-uurszorg, ondanks de erkende fysieke en psychische klachten van eiser.

De rechtbank heeft het medisch advies van 10 juli 2025 als zorgvuldig en begrijpelijk beoordeeld en stelt vast dat eiser geen actuele, objectief vastgestelde zware regieproblemen heeft die een dergelijke zorgbehoefte rechtvaardigen. De combinatie van klachten leidt niet tot een noodzaak voor onafgebroken toezicht of zorg in de nabijheid.

Eiser voerde aan dat zijn complexe klachten samen een permanente zorgbehoefte veroorzaken, maar dit is onvoldoende onderbouwd met recente deskundige rapportages. De rechtbank wijst het verzoek om een aanvullende deskundige af en concludeert dat de zorgbehoefte kan worden opgevangen met geplande of oproepbare zorg.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de Wlz-aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wlz-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen noodzaak heeft voor permanent toezicht of 24-uurszorg.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5738

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. D.D. Pietersz),
en

Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerder

(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).

Inleiding

1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).
2. Verweerder heeft met het besluit van 5 november 2024 de aanvraag afgewezen en beslist dat eiser geen recht heeft op zorg op grond van de Wlz. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt.
3. Met het besluit van 10 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
4. De rechtbank heeft het beroep op 23 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Het bestreden besluit

5. Verweerder erkent dat eiser medische klachten en beperkingen heeft, maar stelt zich op het standpunt eiser niet voldoet aan de strikte voorwaarden voor toekenning van zorg op grond van de Wlz. Op basis van het advies van de medisch adviseur neemt verweerder namelijk geen noodzaak tot permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid aan. Er is volgens verweerder sprake van planbare zorg en zo nodig kan zorg op afroep geboden worden. Eiser wordt in staat geacht hulp in te roepen op belangrijke momenten en deze af te wachten, zonder dat een risico op ernstig nadeel ontstaat. Op basis van de aanwezige geobjectiveerde medische gegevens zou eiser de algemene dagelijkse levensverrichtingen moeten kunnen uitvoeren. Eiser noemt psychische problemen en geheugenproblemen, maar er is geen actuele informatie van een deskundige op basis waarvan zware regieproblemen aangenomen kunnen worden. Er is al langere tijd geen deskundige betrokken (zoals een VG-arts of psychiater). Het adaptief en sociaal emotioneel functioneren lijken nooit in kaart te zijn gebracht. In het verleden is behandeling nooit goed van de grond gekomen. Dit vormt een belemmering om hiervoor geobjectiveerde beperkingen aan te nemen. Ook noemt eiser somatische aandoeningen, waaronder pijnklachten aan nek, schouders, rug en knieën, krachtverlies aan handen en benen en verminderd gevoel in de voeten. Deze klachten zijn op basis van de gestelde diagnoses volgens verweerder niet geheel te verklaren. De pijnklachten zijn aannemelijk, maar hiervoor is juist van belang dat eiser in beweging blijft.

De beroepsgronden

6. Eiser stelt dat zijn fysieke en psychische klachten en beperkingen door verweerder zijn onderschat. Tijdens de zitting is benadrukt dat het met name gaat om de combinatie van alle verschillende klachten en de gevolgen hiervan voor eiser in de praktijk. Eiser is door dit samenstel van klachten aangewezen op permanent toezicht en 24 uur per dag zorg in de nabijheid. De zorg- en ondersteuningsbehoefte kan niet worden opgevangen door geplande of oproepbare zorg. Vanwege een combinatie van medische problemen kan eiser niet veilig alleen zijn. Hij kan geen risico’s inschatten, geen hulp inroepen en niet adequaat handelen in noodsituaties. Dit terwijl door eisers medische situatie wel sprake is van onvoorspelbaarheid en veiligheidsrisico’s. De psychiater vermeldt in het rapport van 14 februari 2025 dat de zus van eiser dag en nacht bij hem aanwezig is om veiligheid en stabiliteit te waarborgen.
7. Ter ondersteuning van de ernst van de psychische klachten wijst eiser op rapporten van de neuroloog en psychiater. Ook wijst eiser op een rapport van een behandelaar van GGZ Altrecht. Daarnaast noemt hij dat sprake zou zijn van een laag IQ, passend bij een verstandelijke beperking. Om de ernst van de fysieke klachten te ondersteunen wijst eiser naar een brief van de huisarts, een zorgplan en brieven van de neuroloog en maag-darm-lever-arts (MDL-arts). Verder benadrukt eiser dat de klachten blijvend zijn. Uit een eerder advies van de arts van medisch adviesbureau Argonaut blijkt dat eiser als niet leerbaar wordt aangemerkt en dat geen sprake is van een reëel behandelperspectief.

Basisvoorwaarden voor Wlz-zorg

8. Om in aanmerking te komen voor zorg op grond van de Wlz moet aan drie cumulatieve criteria worden voldaan: [1]
- er moet sprake zijn van een grondslag;
- vanwege deze grondslag moet er behoefte zijn aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstige nadeel te voorkomen;
- de zorgbehoefte moet blijvend zijn (van niet voorbijgaande aard).
9. Met een zogeheten grondslag wordt bedoeld een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap. [2]
10. De definitie van permanent toezicht in de Wlz is dat er een noodzaak is tot onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel. [3]
11. Met een behoefte tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid wordt bedoeld de situatie dat iemand zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel te voorkomen. [4] Het kan hierbij gaan om fysieke problemen waardoor iemand voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of om zware regieproblemen waardoor iemand voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
12. Van ernstig nadeel is sprake als iemand zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten, zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen, ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen, ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt. [5]

Beoordeling door de rechtbank

13. Niet in geschil is dat een grondslag aanwezig is.
14. Wel zijn partijen verdeeld over de vraag of er behoefte is aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen.
15. Verweerder heeft een medisch deskundige geraadpleegd, die op 10 juli 2025 een schriftelijk advies heeft uitgebracht dat verweerder aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) mag een bestuursorgaan op het advies van een deskundige afgaan, als is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. [6]
16. De medisch adviseur schrijft in zijn advies van 10 juli 2025 aan verweerder onder meer:
“Het is aannemelijk dat verzekerde pijnklachten ervaart, maar het is van belang om juist in beweging te blijven. Begeleiding van een fysiotherapeut hierbij kan helpend zijn. Daarnaast wordt pijnmedicatie ingezet. Het is mogelijk dat verzekerde door inactiviteit meer pijn en krachtsverlies heeft ontwikkeld. Het zelfstandig verrichten van ADL en (deel) HDL zou mogelijk moeten zijn. Daarnaast is er sprake van psychische klachten zonder duidelijke recente diagnose en van geheugenklachten die verklaard worden als combinatie van laag IQ, stemmingsklachten en voorgeschiedenis met PTSS.
[…]
Eerder werd al begeleiding geadviseerd door een instantie die ter zake kundig is op het gebied van LVB. Zij kunnen professionele ondersteuning bieden en onderzoeken in hoeverre verzekerde nog verder leerbaar is ten aanzien van zelfredzaamheid. De zus neemt heden, met alle goede bedoelingen, verzekerde heel veel uit handen. Hij wordt steeds passiever. Een noodzaak tot 24u zorg in nabijheid kan heden, vanuit medisch objectief oogpunt, niet worden onderbouwd. Ernstig nadeel (zelfverwaarlozing, maatschappelijke teloorgang) lijkt te kunnen worden opgevangen met zorg op vaste momenten.”
17. De rechtbank stelt vast dat het medisch advies van 10 juli 2025 zorgvuldig tot stand is gekomen, dat de redenering in dat advies begrijpelijk is en dat de getrokken conclusies aansluiten op die redenering. Verweerder heeft het bestreden besluit dan ook op dat medisch advies mogen baseren. De stellingen van eiser en de stukken die hij heeft overgelegd geven, mede gelet op het aanvullend medisch advies van 9 januari 2026, geen aanleiding tot twijfel aan het medisch advies van 10 juli 2025. De rechtbank overweegt in dit verband nog het volgende.
18. De medisch adviseur neemt de fysieke klachten van eiser aan, maar deze klachten leiden niet tot de conclusie dat eiser behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Wat betreft de psychische en cognitieve klachten is van belang onderscheid te maken tussen enerzijds de informatie die medici uit anamnese hebben verkregen en anderzijds wat medici objectief hebben vastgesteld. Verweerder heeft erop gewezen dat er geen duidelijke recente diagnose is met betrekking tot eisers psychische klachten en dat al langere tijd geen deskundige arts is betrokken, zoals een VG-arts of psychiater. Mede gelet hierop bestaat onvoldoende grond voor twijfel aan het medisch advies.
19. Uit het voorgaande volgt dat de beroepsgronden niet slagen. De rechtbank komt niet meer toe aan de beoordeling van de vraag of eisers klachten blijvend zijn.
20. Het verzoek van eiser om een deskundige in te schakelen wijst de rechtbank af, gelet op wat onder 17 en 18 is overwogen.

Conclusie en gevolgen

21. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt.
22. Eiser krijgt om deze reden het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz.
2.Artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz.
3.Artikel 3.2.1, tweede lid, onder b, van de Wlz.
4.Artikel 3.2.1, eerste lid, onder b, van de Wlz.
5.Artikel 3.2.1, tweede lid, onder c, van de Wlz.
6.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 27 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:319, r.o. 4.1.