Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M.M. Rademaker;
- de advocaat van de verdachte: mr. M.G. Vos (hierna: de advocaat);
- het slachtoffer: [slachtoffer] ;
- de advocaat van het slachtoffer: mr. C.H. Dijkstra.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van bewuste schuld dan wel van voorwaardelijk opzet zal, als de verklaringen van de verdachte en/of bijvoorbeeld eventuele getuigenverklaringen geen inzicht geven over wat ten tijde van de gedraging in de verdachte is omgegaan, afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behalve als sprake is van contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het betreffende gevolg bewust heeft aanvaard.
roekeloos. Dit betekent dat sprake is van schuld als bedoeld in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, zodat het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen.
4.Bewezenverklaring
(BMW met kenteken [kenteken]
), daarmede rijdende over de weg, de Maatweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos,
- onder invloed van alcohol, te weten een grotere hoeveelheid alcohol dan is toegestaan
als bestuurder van een voertuig ingevolge de geldende wet en regelgeving en
- met een (zeer) hoge snelheid, te weten een snelheid van tussen de 121 en 130
kilometer per uur, de kruising van voornoemde Maatweg en de N199 te naderen en
- door een voor hem, verdachte, al minimaal 12,1 seconden geldend rood licht te rijden
en
- zich er daarbij in onvoldoende mate van te vergewissen dat een bromfiets bestuurder,
genaamd [slachtoffer] , doende was voornoemde Maatweg - bij groen verkeerslicht -
over te steken, en
- vervolgens niet af te remmen waardoor hij, verdachte, vervolgens tegen voornoemde [slachtoffer] is aangereden, waardoor een ander genaamd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten hoofdletsel, gebroken sleutelbeen, gebroken bekken, meerdere breuken in beide benen, gekneusde longen werd toegebracht,
5.Kwalificatie en strafbaarheid
6.Straf en/of maatregel
7.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 14a, 14b, 14c, 55 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 6, 8, 175, 176, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
8.De beslissing
niet bewezenen spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezendat de verdachte het feit 1 subsidiair en het feit 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4 is omschreven;
strafbaaren kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5 is vermeld;
strafbaarvoor het bewezenverklaarde feit 1 subsidiair en feit 2;
een gevangenisstraf van 15 maanden;
een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
een proeftijd van drie (3) jarenvast;
als algemene voorwaardengelden dat verdachte:
bijzondere voorwaardengelden dat verdachte:
- ontzegtverdachte, ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 subsidiair,
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vijf (5) jaren; - bepaalt dat de duur van de ontzegging wordt verminderd met de tijd gedurende welke het rijbewijs vóór het tijdstip waarop de straf ingaat, ingevorderd en ingehouden is geweest.
hij op of omstreeks 28 juli 2025 te Hoogland, gemeente Amersfoort, althans in
Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
opzettelijk
een ander, te weten [slachtoffer] ,
van het leven te beroven,
met een motorrijtuig (personenauto), met een veel hogere snelheid dan ter plaatse was
toegestaan, te weten een snelheid van tussen de 121 en 130 kilometer per uur, door een
voor hem, verdachte geldend rood licht te rijden en vervolgens tegen die op een
snorfiets rijdende en de weg, waarop verdachte reed, overstekende [slachtoffer] aan te
rijden, terwijl hij, verdachte, een (grote) hoeveelheid alcoholhoudende drank had
genuttigd, te weten een grotere hoeveelheid alcohol dan is toegestaan als bestuurder
van een voertuig ingevolge de geldende wet en regelgeving,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
kunnen leiden:
Nederland,
als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (BMW met
kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Maatweg, zich zodanig heeft
gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door
roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- onder invloed van alcohol, te weten een grotere hoeveelheid alcohol dan is toegestaan
als bestuurder van een voertuig ingevolge de geldende wet en regelgeving en/of
- met een (zeer) hoge snelheid, te weten een snelheid van tussen de 121 en 130
kilometer per uur, de kruising van voornoemde Maatweg en de N199 te naderen en/of
- door een voor hem, verdachte, al minimaal 12,1 seconden geldend rood licht te rijden
en/of
- zich er daarbij m onvoldoende mate van te vergewissen dat een bromfiets bestuurder,
genaamd [slachtoffer] , doende was voornoemde Maatweg - bij groen verkeerslicht -
over te steken, en/of
- vervolgens niet tijdig en niet voldoende af te remmen of uit te wijken, waardoor hij,
verdachte, vervolgens tegen voornoemde [slachtoffer] is aangereden, waardoor een ander
(genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten hoofdletsel, gebroken
sleutelbeen, gebroken bekken, meerdere breuken in beide benen, gekneusde longen, of
zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering
m de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte,
verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde
lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel
gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde
wet;
hij op of 28 juli 2025 te Hoogland, gemeente Amersfoort, althans in Nederland,
als bestuurder van een voertuig (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994,
121 km/h en 130 km/h, althans een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 80 km/h, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten minimaal
12,1 seconden rood lichtuitstraalden.
groen lichtuitstraalden. [17]
2) breuken van het aangezicht,
3) klaplong rechterzijde,
4) breuk van het bovenbeenlinks,
5) breuk van het onderbeen rechts,
6) breuk van het bekken,
7) scheur van de urineleider,
8) meerdere breuken van de linker hand en
9) sleutelbeen breuk rechts
vermoeden niet uitwendig waarneembaar letsel: ja
Patiënt heeft meerdere operaties ondergaan.
Het is niet duidelijk of er sprake is van blijvend letsel.
Ik had een borrel op en vind het verschrikkelijk om terug te zien hoe ik heb gereden. Ik vind het heel erg wat er met het slachtoffer is gebeurd. Ik rij daar vaker en de stoplichten staan nogal eens voor niks op rood omdat er niemand oversteekt, maar ik heb het verkeerd ingeschat.“